Professor economie en arbeidsmarktdeskundige Stijn Baert is aan een cavalerietocht begonnen waarin hij u en mij wil overtuigen van het nut van degressiviteit (ofte: lagere uitkeringen) voor langdurige werklozen. Want zo stelt hij zelf, er zijn teveel niet actieve Belgen (leefloners, zieken, langdurig werklozen, bruggepensioneerden) en om een deel van hen (werklozen) aan het werk te krijgen, moeten volgens hem de uitkeringen omlaag.
Pas op, ik kan me voorstellen dat het voor iedereen die niet in contact komt met de doelgroep als de logica zelf klinkt. Als je de uitkeringen omlaag haalt, zullen mensen geënthousiasmeerd worden om te gaan werken. Als je ervan uit gaat dat inkomen de enige drijfveer is van een werkloze, zou dat wel kunnen. Maar klopt dat wel?
Verschillende mensen uit het werkveld maken zich ook zorgen of het verlagen van de uitkeringen er niet voor zal zorgen dat ook de lonen omlaag gaan en dat mensen om honger te voorkomen tegen eender welke prijs zouden gaan werken. Zo ver ga ik het niet drijven (ik heb ook te weinig kennis over dat aspect). Maar als maatschappelijk assistent die dagelijks in contact komt met langdurig werklozen met financiële problemen (maar toch niet uit de werkloosheid raken) of langdurig werklozen die massaal geschorst worden en leefloon aanvragen. Heb ik wel echt een zeer specifieke mening over het activeren van mensen.
Ik schreef er vorige zomer al over voor Sampol en ik neem geen woord terug. Hieronder vinden jullie dan ook mijn visie op het activeren van langdurig werklozen. De sleutel? Pas het systeem aan aan de mensen in plaats van de mensen aan het systeem.
Dat en een aantal andere ideeën vinden jullie hieronder. Maar een ding staat volgens mij vast: het degressief maken van werkloosheidsuitkeringen zal mensen niet de arbeidsmarkt op duwen, wel de financiële dieperik in.
Uit Sampol van oktober 2019
TEWERKSTELLING
Dat werken belangrijk is voor de eigenwaarde en het inkomen van een mens, zal niemand ontkennen. Het lijkt me daarom redelijk evident dat de overheid er alles aan doet om zoveel mogelijk mensen aan de slag te krijgen. Ze voorziet dan ook meer dan 10 verschillende vormen van tewerkstellingsmaatregelen. De ene maatregel is bezoldigd, de andere niet. Sommige zijn dwingend van karakter en nog andere zijn toch iets meer vrijblijvend. Het hele systeem uit de doeken doen, zou ons te ver leiden. Er zijn veel maatregelen die werklozen en mensen met leefloon aan het werk moeten helpen.
Iedereen aan het werk?
Maar toch is er een groep mensen waarbij het niet lukt. Bijvoorbeeld een groep langdurig werklozen. Om die aan te porren, wil de Vlaamse regering nu het principe van verplichte gemeenschapsdienst in het leven roepen (‘Wie binnen de twee jaar niet aan de slag geraakt, kan verplicht worden ingezet in gemeenschapsdienst. Daardoor halen we mensen uit hun maatschappelijk isolement en dat past steeds in een traject naar werk, waarbij de vaardigheden van de werkzoekende worden versterkt.’). Want, zo stellen ze, voor wat hoort wat. Concreet zou het gaan over het ruimen van zwerfvuil, straatvegen, het onderhouden van groenperkjes. Er is werk genoeg voor gemeenschapsdienst, maakt men zich sterk. Werk genoeg, maar geen intentie om daar volwaardige jobs van te maken dus?
Straffen leidt niet tot gedragsverandering
Ik geloof niet in het dwingend karakter van gemeenschapsdienst. Omdat straffen dient om mensen te leren dat ze iets niet mogen, niet om mensen te motiveren om het anders aan te pakken.
Dat bewijs wordt trouwens geleverd door langdurig werklozen. De werkloosheidsvergoedingen dalen in de tijd, maar toch is een grote groep mensen langdurig werkloos. Dat komt omdat die mensen kampen met fysieke en/of mentale problemen, omdat de minimumlonen te laag zijn en/of omdat ze gedemotiveerd zijn geraakt omdat ze bijvoorbeeld in hun vorige job georiënteerd werden in een knelpuntberoep dat totaal niet bij hun persoonlijkheid past. Want, surprise surprise, ook laaggeschoolde mensen kunnen energie halen uit hun job als zij in een job belanden die veel beter bij hun persoonlijkheid past.
Economische of maatschappelijke meerwaarde?
In plaats van geld te besteden aan de coördinatie en organisatie van verplichte gemeenschapsdienst, zou het beleid zich beter buigen over het op maat begeleiden van werklozen. Door maatschappelijk werkers en arbeidsbegeleiders, maar zeker door de werkvloeren. Zij kunnen de drempels verlagen zodat de doorstroomkansen verhogen. Daarom is het belangrijk dat de begeleiding niet enkel gericht is op economische meerwaarde creëren. Klinkt heel wollig, maar ik verduidelijk graag met een voorbeeld.
Stel je voor: een jonge vrouw met zware psychische problemen die niet nu en mogelijk nooit kan worden toegeleid naar reguliere arbeid. Zij doet daarom arbeidszorg (dat is een tewerkstellingsmaatregel waar mensen door middel van vrijwilligerswerk competenties opbouwen die nodig zijn om door te stromen naar reguliere tewerkstelling) en werkt vier halve dagen per week in een dienstencentrum waar ze helpt tijdens de maaltijd voor bejaarden. Ze ontvangt de bezoekers, helpt mee serveren, doet een praatje, ruimt af en helpt bij de afwas. Haar beloning is een vrijwilligersvergoeding van 5 euro per halve dag. Ik geef toe dat deze dame geen winsten genereert voor het dienstencentrum. Sterker zelfs: zij is strikt genomen overbodig om iedereen op tijd van een maaltijd te voorzien. Maar zij biedt wel een menselijke en maatschappelijke meerwaarde. In het dienstencentrum waar zij werkt, zullen bezoekers zich veel beter voelen dan een dienstencentrum waar men zich enkel toelegt op de kerntaak: een maaltijd aanbieden.
Van vrijwilligerswerk naar een volwaardige job
Waarom geven we deze vrouw geen loon naar werken? Waarom bieden we haar geen contract aan met een loon dat een stuk hoger ligt dan haar uitkering en sociale bescherming? Dit vrijwilligerswerk omzetten naar een volwaardige job met een goed inkomen, is een typevoorbeeld van mensen op maat helpen. We moeten naar een systeem waar we niet kijken hoe de werkloze past binnen het economisch model. Naar een systeem waar het model zich aanpast aan de werkloze. Zodat iedereen op zijn manier een steentje bijdraagt aan de maatschappij. Daar zie ik persoonlijk een grote taak voor de VDAB. De laatste jaren is deze dienst zich meer gaan richten op het controleren van werklozen dan op het begeleiden. Dat moet opnieuw anders. We moeten als overheid de regie van het activeren terug in handen nemen. Het is bovendien ook erg belangrijk dat er meer jobs worden gecreëerd in de sociale economie, en tewerkstellingsplaatsen in het middenveld en bij de overheid. Vijfduizend in totaal, want zo groot is de doelgroep die nooit via bestaande wegen aan de slag gaat geraken.
Het minimumloon moet omhoog
Het belonen van mensen betekent ook dat de minimumlonen omhoog moeten. De regering-Jambon heeft wel die ambitie door het bieden van een jobkorting voor de laagste lonen, maar daarmee krijgen we de sociale zekerheid op federaal niveau natuurlijk niet op orde. Het minimumloon voor een laaggeschoolde jongere ligt amper hoger dan het leefloon voor iemand met een kind ten laste. Dat is regelrechte waanzin. Het verhaal van rechten en plichten werkt wel van twee kanten.
Lees het volledige artikel (ook over huisvesting hier

Ik ben het grotendeels met je eens. Daarnaast denk ik dat we als samenleving onze kijk op werken moeten herzien. Jobs in de poets, huisvuilophaling, kinderopvang, zorg, onderwijs, … moeten dringend opgewaardeerd worden. Niet iedereen kan advocaat of ingenieur of manager worden. Het aanzien en het loon zijn vele keren groter en naar mijn mening niet in verhouding.