Over de comfortzone op een bedje van selfulfilling prophecy

Over de comfortzone op een bedje van selfulfilling prophecy

Onlangs passeerde een vriend langs Gent en om je het hele verhaal te besparen : niet veel later zaten we in een sushi restaurant. Als men er vanuit gaat dat je bent wat je eet dan ben ik prima tevreden met een sushiroll: prachtig om naar te kijken, soms krokant vanbuiten en zacht vanbinnen, maar vooral waanzinnig lekker en bij wijlen een tikkeltje pikant. 
Ik ben trouwens om die reden heel blij dat mijn lievelingsgerecht niet gebakken haring in ajuinsaus is. Maar dat ter zijde. 

Zelfs:”Wat voor iets afschuwelijk heb jij nu aan” zou hij me mogen melden, maar hoeft hij niet te doen want ik ben uiteraard altijd prima gekleed.

Die vriend en ik gaan al lang mee. Hij heeft mij al zien als een blok vallen voor de compleet verkeerde, meermaals. Ik heb hem al volop zien zwichten voor de juiste. 
Hij is bij wijze van spreken de vriend die ik midden in de nacht op reis betrapte met een schaar in de hand omdat hij het welletjes vond dat ik jaar na jaar die vorte festivalbandjes van werchter bleef sparen. (mogelijks is voorgaande trouwens echt gebeurd). 
Dus om maar te zeggen: hij is het type vriend dat alles mag zeggen. Zelfs:”Wat voor iets afschuwelijk heb jij nu aan” zou hij me mogen melden, maar hoeft hij niet te doen want ik ben uiteraard altijd prima gekleed. Maar je snapt wat ik bedoel. 

Dat is wat jij doet, Michelle. Je bent zoals die kindjes in die school”. 

Tijdens het binnenspelen van onze sushi gaf hij mij zijn feilloze analyse van het waarom ik niet van ’t straat geraak. Hij schuwde daarbij geen sociologische termen. 
Volgens de vriend was de reden dat ik zoveel schrik had van een blauwtje lopen dat ik nog liever niks onderneem dan het blauwtje te lopen. 
“Het is zoals in een school waar kinderen met een motorische stoornis een test moeten afleggen om hun progressie te meten. Die kinderen laten zich tijdens de test liever vallen om zo geen score te halen dan de test te doen en 4/10 te halen” zei hij. “En dat heb jij ook. Weet je nog toen je eens een kerel leerde kennen op een fuif en die kerel zocht toenadering, begon je subtiel aan te raken. En toen riep jij ‘Heb je dààr (als in de andere kant van de zaal) al leuke vrouwen gezien?’ Dat is wat jij doet, Michelle. Je bent zoals die kindjes in die school”. 

Het kwam enerzijds hard, maar anderzijds als een aha-erlebniss binnen. 
Plots kon ik ongeveer alle situaties die ik al had meegemaakt plakken onder deze zogenoemde “self-fulfilling prophecy”. Me verstoppen achter een Knack (waardoor ik natuurlijk wel erg intelligent overkwam) omdat ik de vriend van een vriend zo leuk vond. Aan een tafel waar drie boeiende heren aanschoven plots stil vallen en mezelf onzichtbaar maken terwijl dat helemaal mijn stijl niet is en dan concluderen dat ze mij maar saai zouden vinden. En zo zou ik wel een boek kunnen schrijven vol met anekdotes. 

Ik ben na dat bezoek in de sushi met die vriend die nooit een blad voor de mond neemt, wel tot besef gekomen dat je vanuit je comfortzone nergens raakt. 

Het zijn vooral voorbeelden van een paar jaar of heel lang geleden. Ik ben ondertussen wel wat ouder, wijzer en een pakje zelfzeker geworden.
Maar ik ben na dat bezoek in de sushi met die vriend die nooit een blad voor de mond neemt, wel tot besef gekomen dat je vanuit je comfortzone nergens raakt. 
Dat geldt trouwens niet alleen in de liefde, maar ook professioneel en in mijn geval zelfs in de politiek. 

Nieuw projectje dus: uitbreken uit de comfortzone. Geen idee hoe eraan te beginnen. Maar als ik het wel wist, zat ik al terug in de comfortzone. Spanneund zeg!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top