Het is nog tot vandaag Neurodiversity Pride Week. Tot een paar jaar geleden had ik daar nog nooit van gehoord. Sterker nog: ik had waarschijnlijk niet eens goed kunnen uitleggen wat neurodiversiteit precies betekent.
Dat veranderde tijdens een huisbezoek.
De cliënt tegenover mij had een bijzonder zware coronaperiode achter de rug. De woning lag vol spullen. Op tafel stonden lege koekjesdozen. Op de zetel lagen chipszakken. De cliËnt plofte neer tussen de rommel en zuchtte.
“Mijn psycholoog denkt aan ADHD”, kwam al zuchtend.
Die avond begon ik te googelen.
Wat ik vond, leek verdacht veel op een beschrijving van mezelf.
Ook ik had het moeilijk gehad tijdens corona. Ook ik had een talent ontwikkeld om chaos te creëren in mijn leefomgeving. Ook ik worstelde met uitstelgedrag, concentratie en het afwerken van dingen die ik nochtans graag wilde doen.
Ik las toen veel over ADHD. En vergat het weer. Achteraf gezien ook een teken aan de wand.
Pas enkele jaren later kwam het onderwerp opnieuw op mijn radar. Ik zat midden in het schrijfproces van mijn boek Arm in rijk Vlaanderen. Mensen interviewen vond ik heerlijk. Uren luisteren naar verhalen? Geen probleem. Maar artikels lezen, informatie verwerken en alles uitschrijven tot een samenhangend boek? Ik vond het verschrikkelijk.Niet omdat ik niet kon schrijven. Integendeel. Ik wist dat ik het kon. Ik kreeg het alleen niet gedaan.
Ik stond op het punt om het hele project op te geven toen die cliënt opnieuw door mijn hoofd spookte. Misschien was mijn eeuwige uitstelgedrag niet gewoon een karaktertrek. Misschien was er meer aan de hand.
Ik meldde me aan voor een onderzoek. Een paar maanden later en bijna duizend euro armer volgde het verdict: ADHD.
Ik bleek een van de vele vrouwen te zijn bij wie de diagnose pas op volwassen leeftijd wordt gesteld.
Dat gebeurt vaker dan je zou denken. ADHD ziet er bij meisjes vaak anders uit dan bij jongens. Ik was geen kind dat tegen de muren opliep. Ik was vooral een taterwater. Een clown. Iemand die zich overal uitpraatte.
Tot het derde middelbaar hoefde ik nauwelijks te studeren om goede punten te halen. Daarna ging het snel bergaf. Ik bleef twee keer zitten en mijn zelfvertrouwen kreeg een stevige klap.
Niemand stelde zich vragen. Het overlijden van mijn mama werd gezien als de belangrijkste verklaring. En een leerkracht wiskunde had een eenvoudiger diagnose klaar: Ik was gewoon super lui.
Jarenlang geloofde ik dat zelf.
Vandaag weet ik beter. Ik ben niet lui. Ik ben anders bedraad.
De diagnose veranderde mijn leven niet. De juiste medicatie wel.
Dat ging niet vanzelf. Er waren slapeloze nachten, bijwerkingen en heel wat zoeken. Maar uiteindelijk vond ik samen met mijn arts een behandeling die werkte. Het verschil tussen met en zonder medicijnen is verbluffend.
Ik krijg dingen gedaan. Ik plan beter. Ik schrijf helderder. Ik denk vaker voor ik iets doe. Ik ben minder bezig met tien dingen tegelijk en meer met wat er voor mij ligt.Ik schreef een boek. Mijn productiviteit steeg, net als het vertrouwen in mezelf.
Niet omdat medicatie een wondermiddel is. Ik blijf een sloddervos. Ik blijf iemand met duizend ideeën waarvan er nog altijd veel in mijn hoofd blijven hangen. Ik blijf afhankelijk van collega’s, vrienden en systemen die mijn zwakke plekken opvangen.
Maar ik kan mijn talenten eindelijk veel beter benutten
Daar hangt wel een prijskaartje aan. Mijn medicatie kost ongeveer 44 euro per maand.
Het Riziv betaalt die niet terug voor volwassenen. Alsof ADHD op je achttiende verjaardag plots verdwijnt.
Onlangs vroeg ik uit nieuwsgierigheid aan een Nederlandse apotheek hoeveel exact dezelfde medicatie daar kostte.
Ik viel bijna achterover van verbazing. Voor ongeveer de prijs van één Belgisch potje krijg je er in Nederland drie.
In Nederland wordt bovendien vaak nog een deel terugbetaald via de verzekering.
Niet dat ik pleit voor een geprivatiseerde gezondheidszorg. Integendeel. Ik ben juist bijzonder blij dat we in België een sterk systeem van sociale bescherming hebben. Maar dan moet het wel bescherming bieden waar mensen ze nodig hebben.
De afgelopen week kleurden sociale media vol steunbetuigingen aan neurodiverse mensen. Politici deelden warme boodschappen. Organisaties organiseerden activiteiten. Iedereen leek het erover eens dat neurodiversiteit erkenning verdient. Prachtig en mooi.
Maar het is niet genoeg.
Als politici echt iets willen betekenen voor volwassenen met ADHD, dan beginnen ze misschien beter bij de vraag waarom noodzakelijke medicatie zoveel kost en waarom die nog altijd niet structureel wordt terugbetaald.
Want ADHD verdwijnt niet op je achttiende. De terugbetaling van de medicatie blijkbaar wel.
