Ik weet het efkes niet meer

Ik weet het efkes niet meer

Writersblock

Zes weken geleden verstreek de deadline van deze column. De redactie van Sociaal.Net wachtte geduldig. Af en toe kwam de vraag of alles oké was, waarop ik telkens bevestigend antwoordde. Maar schrijven deed ik niet.

‘Ik hou van vlammende betogen, maar altijd met een uitgestoken hand.’

Een writersblock was het nochtans niet. Op LinkedIn en Facebook vloeiden de woorden vlot. Het probleem zat dieper: ik wist niet meer hoe ik moest schrijven. Ik hou van vlammende betogen, maar altijd met een uitgestoken hand. Kritiek, ja — maar met oplossingen. Met een poging tot gemeenschappelijke grond. Alleen heb ik de laatste tijd het gevoel dat zelfs dat niet meer helpt.

‘Ik weet het efkes niet meer,’ zei ik tegen Peter van Sociaal.Net. ‘Schrijf daar eens iets over,’ antwoordde hij.

Bij deze dus.

Samen proberen erger te voorkomen

Ik ben ondertussen 22 jaar sociaal werker, waarvan de helft bij mensen in bijzonder kwetsbare situaties: schulden, onbewoonbare woningen, mensen met oorlogstrauma’s, mensen in kansarmoede of generatiearmoede. En dan spreek ik nog niet over de almaar groeiende groep dak- en thuislozen. Al die verhalen zijn schrijnend, dat hoef ik hier niet te herhalen. Dat maken de vele artikels op dit platform duidelijk.

Maar ondanks de schrijnende situaties blijft het een voorrecht om deze mensen te kennen en samen met hen een parcours af te leggen. Dat parcours heet in beleidsnota’s meestal ‘de weg naar zelfredzaamheid’. In de praktijk betekent het vaak: samen proberen erger te voorkomen. Soms omdat mensen met zo veel problemen kampen dat harm reduction het hoogst haalbare is. Maar veel vaker omdat sociaal werkers te weinig tijd krijgen om echt stappen vooruit te zetten met hun cliënten.

Want zeg nu zelf: Wie kan in godsnaam tegelijk zestig gezinnen in armoede zo begeleiden dat ze na een jaar sterker en zelfstandiger staan? Niemand. Het is kiezen of verliezen.

Tijd, geduld en vertrouwen

En nochtans weten we: tijd en ruimte maken een wereld van verschil. Deze twee kritische succesfactoren zag ik doorheen mijn loopbaan steeds weer opduiken. Ook vandaag bij Compaan, waar ik aan de slag ben als jobhunter voor mensen met onderbenutte talenten. Ik werk er onder andere samen met Jobteam Gent. Daar werken mobiele arbeidsbegeleiders, dankzij Europese middelen, met een caseload van ongeveer 25 gezinnen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Deze sociaal werkers krijgen de ruimte om te werken rond alle levensdomeinen die mensen tegenhouden om stappen te zetten richting werk.

‘Een werkzoekende ziet zijn begeleider soms één uur per maand en wacht ondertussen maanden op een geschikte werkplek.’

Want armoede is niet alleen een gebrek aan geld. Armoede gaat over wat dat gebrek met mensen doet: in hun hoofd, hun zelfvertrouwen, hun relaties, hun veerkracht, hun gezondheid, hun ouderschap, hun competenties. Dat ontrafel je niet met een checklist of een maandelijks gesprek van een uur. Dat vraagt tijd, geduld en vertrouwen. Exact dat krijgen de cliënten bij Jobteam.

Aanpak die werkt

Tijdens het schrijven van mijn boek ‘Arm in rijk Vlaanderen‘ kwam ik nog meer organisaties tegen die zo geïntegreerd en aanklampend werken. Die aanpak werpt ook vruchten af. Het Go-Team in Mechelen bijvoorbeeld, waar OCMW-maatschappelijk werkers met een lagere caseload werken aan de fundamenten van gezinnen. Onderzoekers van Thomas More stelden vast dat bijna alle gezinnen hun leefsituatie zagen verbeteren.

Lees ookSocial impact bonds in de jeugdhulp: ‘Het denken rond impact krijg je niet meer weg’

Hetzelfde verhaal in Kortrijk: daar begeleidt het Back On Trackproject van Oranjehuis dak- en thuisloze jongeren naar stabiel wonen, met aandacht voor alle levensdomeinen. Volgens onderzoek van KU Leuven: een succesvol project. Het is dus geen naïef gedroom. Het gaat om een aanpak die werkt.

Geen enkele ambitie

En toch zie ik in het huidige Vlaamse beleid geen enkele ambitie om dit soort hulpverlening uit te breiden. Integendeel. De schaar gaat in de dienstverlening voor mensen in maatschappelijk kwetsbare situaties. Zelfs daar waar die dienstverlening nochtans bijdraagt aan een expliciete regeringsdoelstelling: meer mensen aan het werk.

In plaats van meer tijd voor werkzoekenden, zal de VDAB het straks met minder consulenten moeten doen. In gespecialiseerde trajectbegeleiding voor mensen met een arbeidsbeperking stapelen de dossiers zich al jaren op. Een werkzoekende ziet zijn begeleider soms één uur per maand en wacht ondertussen maanden op een geschikte werkplek. Wat denk je dat je bereikt met een uur per maand?

Werkweigeraars

Tegelijk worden uitspraken als ‘werkweigeraars zullen sneller worden geschorst’ op luid applaus onthaald. Maar hoe kan je eigenlijk iets weigeren wat er vaak niet eens is?

‘Hoe kan je eigenlijk iets weigeren wat er vaak niet eens is?’

In en rond Gent worden werkzoekenden soms tientallen keren afgewezen voor een gesprek. Ze botsen keer op keer op muren van voorwaarden. Teleurstelling stapelt zich op. Ze blijven zoeken, opgejaagd door de waan van de dag en het belerende vingertje van de minister. Af en toe is er een interimcontract. Tot de werkgever een wittere raaf vindt. Dat maakt hen ‘goede’ werkzoekenden. Tot ze twee jaar hebben volgehouden en vanaf 2026 hun uitkering verliezen.

Moedeloos

Ik mis visie bij de Vlaamse regering en bij de minister van Werk. Goedbedoelde doelen zonder plan of middelen. Holle woorden en opruiende quotes. Zaken waar niemand beter van wordt.

‘Ik mis visie bij de Vlaamse regering en bij de minister van Werk.’

Normaal ben ik hoopvol en optimistisch. Ik zie kansen, zelfs in moeilijke omstandigheden. Maar vandaag overheerst iets anders. Niet omdat ik niet zie wat werkt, integendeel. Juist omdat ik zie wat werkt, weet ik hoe moedeloos het huidige beleid is.

Dus daarom weet ik het efkes niet meer.

Verscheen op sociaal.net op 6 januari 2026

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top