Het is tijd voor digitale etiquette

Het is tijd voor digitale etiquette

(gerecycleerde blogpost van 5 januari 2017) nu naar aanleiding van de aankondiging dat het Limburgs parket racistische reacties op de brandstichting in Bilzen zal aanpakken.

De reactie- en facebookpagina’s van verschillende vlaamse kranten. Dat is de plaats waar een paar dagen geleden twee extremen elkaar vonden na de aanslag in een discotheek in Istanbul. Voor de extreme en racistische Vlaming een vrijgeleide om de dood van een Belg te verheerlijken want hij was immers moslim. Voor fanatieke en wat mij betreft radicale moslims een geldig excuus om hetzelfde te doen, maar dan omdat de slachtoffers geen reine moslims zijn (want een echte moslim gaat blijkbaar niet naar een discotheek).

Het verheerlijken van aanslagen is haat en haat moet bestraft worden. Daarom liet onze minister van binnenlandse zaken meer dan terecht weten dat er een dienst komt/is die haatspuiende berichten op het internet zal opsporen en bestraffen.

Digitale communicatie zorgt er al langer voor dat burgers zonder enige schroom hun gedacht verkondigen op allerhande fora en sociale media. En dat is hun goed recht, namelijk dat van vrije meningsuiting. Maar ook aan dat recht zijn er grenzen. Namelijk daar waar het recht van een ander begint. Ik vind het dan ook niet meer dan terecht dat onze overheid zal ingrijpen in dergelijke situaties.

Maar is het verschijnsel van haatspuiende berichten een verschijnsel dat enkel en alleen vanuit de overheid beteugeld moet worden? Ik geloof van niet.

Eerder deze week lanceerde ik een poll op twitter. De vraag: wat kunnen kranten als HLN doen tegen haatspuiers? (Ik haalde specifiek HLN aan omdat ze hun website en hun facebook duidelijk openstellen voor reacties van lezers en bezoekers. En de reacties op die fora zijn soms tenenkrullend.)
Van de 131 twitteraars die mijn poll invulden, waren er slechts 13% die vonden dat HLN en co niets moeten doen tegen haatspuiers, vrije mening weet je wel. De andere 87% vindt dat HLN moet ingrijpen.

Voor mij en die 87% is het duidelijk. Een aanbieder van een forum, hetzij op eigen website, hetzij op een facebookpagina moet ingrijpen als er haat gespuid wordt. Zo moeilijk kan dat toch niet zijn?

* Je stelt een aantal spelregels op
* Je wijst gebruikers op de spelregels
* Je gooit haatberichten van het forum
* Je roept op tot beleefdheid. Want het is niet alleen racisme en haat, maar de toon is vaak ook heel erg onbeleefd
* klaar

Geef toe: als journalist van een krant is het toch ook niet prettig als je artikels vaak ondergesneeuwd raken door boertige reacties van lezers?

Sinds de verschillende overheden gebruik maken van digitale media, hanteren ze dezelfde normen. Zo creëer je digitale etiquette. En in het geval van Vlaamse kranten: zo creëer je ook wat meer kwaliteit. Want geef toe: als journalist van een krant is het toch ook niet prettig als je artikels vaak ondergesneeuwd raken door boertige reacties van lezers?

Dus beste krantensites. Jullie hebben mee de sleutel in handen voor digitale etiquette. Mag ik u met aandrang vragen om deze sleutel te gebruiken en in te grijpen?

Wat mij betreft mogen we de verantwoordelijkheid een heel pak doortrekken. Ik ben zelf een fervent twittermens en ik beland wel eens in een discussie of ik zie ze in elk geval passeren. Twee parlementsleden van verschillende partijen houden een pittig meningsverschil over een onderwerp (dat het wel eens durft gebeuren dat de parlementsleden zelf de etiquette verliezen, laat ik even ter zijde).
Supporters van beide parlementsleden moeien zich in de debatten. Niet altijd even inhoudelijk, maar regelmatig op erg bitse of soms zelfs onrespectvolle en ronduit beledigende toon

Politici hebben nu eenmaal een voorbeeldfunctie te vervullen. Je wordt politicus omdat je de maatschappij wil verbeteren.

Kijk, dat is het moment dat een politicus, mandataris of militant van een partij moet ingrijpen. Zijn supporter wijzen op de beleefdheidsvormen. Want als dat niet gebeurt (of in sommige gevallen geeft de betreffende politicus zelfs een like op de comment) krijgt de supporter het gevoel een virtuele schouderklop te ontvangen en dan is de toon en goesting uiteraard gezet.

Ik begrijp het wel: voor een politieker telt elke stem en het evenwicht vinden tussen ingrijpen en niet ingrijpen is misschien een moeilijke oefening. Maar politici hebben nu eenmaal een voorbeeldfunctie te vervullen. Je wordt politicus omdat je de maatschappij wil verbeteren. En geef toe: welke maatschappij wordt beter van haatspuiende en onbeleefde berichten op het internet? Niemand. We moeten allemaal verder met elkaar, met onze verschillende culturele achtergrond en onze tegengestelde meningen.

Dus beste politici, vertegenwoordigers van het volk. Mag ik jullie met aandrang vragen om in 2017 mee te werken aan digitale etiquette en je voorbeeldfunctie op te nemen?

En wij zelf, de burgers? Ook wij hebben een verantwoordelijkheid op te nemen. Als de kranten en politici mijn advies al willen volgen, is het werk voor een burger al een pak minder zwaar. Maar ook wijzelf moeten anderen erop wijzen als ze onbeschoft, onrespectvol of haatdragend uit de hoek komen.
Respect voor andere meningen is ook erg belangrijk en dat is wat vaak ontbreekt. Maar dan moet de mening wel op een correcte manier worden aangeboden.

Zowel voor kranten, politici als burgers geldt eigenlijk één ding. Laat het maatschappelijk belang wat meer primeren boven het eigenbelang en doe er iets aan al iemand het komt verstoren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top